Voorziening

Vast ingezette prothese

Voorziening

Verlies van een enkele tand
Het implantaat neemt de functie van de tandwortel over en geleidt de kauwkracht naar het kaakbot. Het kaakbot blijft door deze natuurlijke belasting vitaal en trekt zich niet terug.
Een nieuwe tand moet niet alleen zijn functie vervullen, maar vooral in het frontgebied niet van natuurlijke tanden te onderscheiden zijn. Een esthetisch aantrekkelijk behandelresultaat is hier bijzonder belangrijk. Vastzittende, implantaat gedragen tanden zien er niet alleen uit als eigen tanden, maar voelen ook zo aan. Implantaat, nieuwe tand en zacht weefsel vormen een harmonieus geheel.

Partieel betand
Bij verlies van meerdere tanden komen de kauwkrachten niet meer evenwichtig in het bot terecht. Botverlies door ontbrekende of verkeerde belasting kan het gevolg zijn. De ontstane opening moet uit medisch en esthetisch oogpunt weer worden gesloten.
Implantaten maken het herstel van natuurlijke kauwverhoudingen mogelijk en voorkomen botverlies. Hoeveel implantaten bij een patiënt worden gebruikt, hangt af van de botkwaliteit, het aantal ontbrekende tanden en de gekozen prothetische oplossing.

Tandeloze kaak
Ook bij volledig tandverlies maken implantaten een esthetische en vastzittende voorziening mogelijk. Met het oog op draagcomfort en levenskwaliteit is een implantaat verankerde, uitneembare prothese de therapie van eerste keuze. Patiënten met een tandeloze kaak hebben twee mogelijkheden: een vast op implantaten geschroefde tandrij of een uitneembare, implantaat gedragen prothese.

Uitneembare, implantaat gedragen prothesen verschuiven niet en voorkomen drukplekken. Ze zitten stevig op hun pijlers, de implantaten.

Vast ingezette tandrijen zijn de esthetisch meest veeleisende oplossing. Deze behandelvariant kenmerkt zich door hoog draagcomfort en een natuurlijkere uitstraling.
Bij beide varianten blijven patiënten de nadelen van een conventionele prothese zoals drukplekken, verschuiven en pijn bij het kauwen bespaard.

Das Wichtigste auf einen Blick

  • Bei Einzelzahnverlust übernimmt das Implantat die Funktion der Zahnwurzel und leitet die Kaukraft an den Kieferknochen weiter.
  • Bei mehreren fehlenden Zähnen ermöglichen Implantate die Wiederherstellung der natürlichen Kauverhältnisse.
  • Bei zahnlosem Kiefer stehen eine fest verschraubte Zahnreihe oder eine herausnehmbare, implantatgetragene Prothese zur Wahl.
  • Die Anzahl der benötigten Implantate hängt von Knochenqualität und Anzahl der fehlenden Zähne ab.