
Botopbouw
Wanneer tanden verloren gaan, breekt het lichaam het niet meer belaste botdeel af.
Botopbouw
Wanneer tanden verloren gaan, breekt het lichaam het niet meer belaste botdeel af. Voor een implantatie moet voldoende botvolume aanwezig zijn. Ook patiënten die na langdurige tandeloosheid bot hebben verloren, kan worden geholpen. Een bottekort kan door een aanvullende ingreep, waarbij geoogst eigen bot wordt getransplanteerd, worden gecompenseerd. Na de genezing vormt dit lichaamseigen weefsel een stabiel fundament voor de implantaten.
Een kleiner bottekort kan met botvervangingsmateriaal worden opgevuld. Direct bij de implantatie wordt een defect met botvervangingsmateriaal opgevuld. Vaak worden botsnippers bijgemengd. Het operatiegebied wordt met een membraan beschermd.
Eigen bot
Te smalle, vlakke kaken (kaakrichels) of geatrofieerde kaakgebieden kunnen met geoogst eigen bot worden opgebouwd. Het gewonnen bot wordt met speciale schroeven gefixeerd en moet in de regel meerdere maanden genezen. In deze tijd wordt het nieuwe bot met een membraan bedekt, zodat zich stabiele botsubstantie kan vormen. Pas daarna worden de implantaten geplaatst.
Bij groot bottekort geschiedt de botopbouw door afname van lichaamseigen weefsel. Kleinere botblokken kunnen van het onderkaak-, kin- of verstandskiesgebied worden afgenomen en direct worden geplaatst. Bij grotere botafname geschiedt dit in een aanvullende ingreep vanuit de bekkenkam.
Das Wichtigste auf einen Blick
- Nach Zahnverlust kann sich der nicht mehr belastete Kieferknochen zurückbilden.
- Für eine Implantation ist ausreichendes Knochenvolumen erforderlich.
- Kleinere Knochendefizite lassen sich mit Knochenersatzmaterial auffüllen, größere durch Eigenknochentransplantation.
- Eigenknochen kann je nach Bedarf aus dem Kieferbereich oder dem Beckenkamm entnommen werden.
